Begroting 2020

Leeswijzer

De programmabegroting bestaat uit vier delen, te weten:

  • Van voorjaarsnota naar begroting
  • Programma's en taakvelden
  • Paragrafen
  • De financiële begroting

Alle bedragen in de begroting zijn, tenzij anders aangegeven, afgerond op hele euro’s. Wanneer het voor de gemeente hogere lasten betreft (dus meer uitgaven of minder inkomsten) zijn het negatieve cijfers, dan staat er een min voor. Wanneer het voor de gemeente lagere lasten betreft (dus minder uitgaven of meer inkomsten) zijn het positieve cijfers.

Van voorjaarsnota naar begroting

In dit hoofdstuk nemen we u mee in de totstandkoming van de begroting. Uitgangspunt is de stand van de begroting inclusief de Voorjaarsnota 2019 en 1e trimesterrapportage 2019. De (autonome) bijstellingen en ontwikkelingen die sindsdien zijn ontstaan, zijn samengevat in een overzicht en de belangrijkste wijzigingen zijn toegelicht. In dit hoofdstuk staan ook de onzekerheden in de begroting en de naleving van de voorwaarden die de Provincie in 2019 heeft gesteld bij het toekennen van het meerjarig repressief toezicht voor de begrotingen 2019-2022.

Het programmaplan

De programmabegroting is het stuurinstrument van de gemeenteraad. In de programmabegroting focussen we per programma op de nieuwe beleidsontwikkelingen. Deze komen voort uit ons collegeprogramma ‘Volle kracht vooruit!’. Naast de programmabegroting is er een begroting op beheersniveau. Dit vormt het stuurinstrument voor ons college en geeft inzicht in de afzonderlijke producten die de gemeente levert.

In de programmabegroting leggen we een relatie tussen de beoogde doelstellingen, oftewel de te behalen maatschappelijke effecten (met effectindicatoren), de te leveren prestaties (met prestatie-indicatoren) en de daaraan verbonden kosten. Deze onderdelen werken we op taakveldniveau uit via drie vragen:

  • Wat willen we bereiken? Korte beschrijving van de doelstelling.
  • Wat gaan we er voor doen? Korte toelichting op de activiteiten, maatregelen, projecten e.d. die opgepakt gaan worden om de doelstellingen te bereiken.
  • Wat mag het kosten? Aan het einde van ieder programma staan de baten en lasten voor het begrotingsjaar 2020 en de meerjarenbegroting 2021-2023 uitgesplitst naar taakveld. Naast de baten en lasten per programma zijn, indien van toepassing, de incidentele baten en lasten in het programma weergegeven.

Het programmaplan is ten opzichte van de programmabegroting 2019 niet gewijzigd. Het programmaplan bestaat uit elf programma’s.

1.

Veiligheid

2.

Openbare ruimte

3.

Economische structuur, toerisme en recreatie

4.

Onderwijs en kinderopvang

5.

Cultuur en sport

6.

Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening

7.

Duurzaamheid

8.

Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

9.

Dienstverlening

10.

Bestuur

11.

Gemeentefinanciën

Bij elk programma hebben we op basis van de zes ambities van het collegeprogramma of recent vastgestelde beleidsplannen uiteengezet hoe onze visie binnen dat programma luidt. Tevens hebben we op programmaniveau enkele speerpunten benoemd, die afgeleid zijn van onze ambities.

In de programma’s waar dat relevant is, hebben we een duurzaamheidsparagraaf opgenomen.

Taakvelden

Voor elk programma hebben we de taakvelden weergegeven. Een taakveld is de voorgeschreven indeling op basis van Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Gezien de landelijke vergelijkbaarheid tussen begrotingen is de landelijke taakveldnummering, naast de begrotingsprogrammanummering, opgenomen. Hierdoor kan de nummering onlogisch lijken in relatie tot het nummer van het programma.

Bij elk taakveld staat de verantwoordelijk portefeuillehouder genoteerd en is de mate van beleidsmatige en financiële beïnvloedbaarheid aangegeven. We gebruiken hiervoor de volgende codering:

Volledig financieel en beleidsmatig te beïnvloeden, autonome taak.

Overwegend financieel en beleidsmatig te beïnvloeden.

Overwegend niet financieel en beleidsmatig te beïnvloeden.

Geheel niet financieel en beleidsmatig te beïnvloeden, wettelijke taak.

Per taakveld geven we de beleidsdoelstellingen aan en wat we ervoor gaan doen om de doelstellingen te bereiken. We hebben hierbij zoveel mogelijk de nadruk gelegd op de incidentele of bijzondere acties die in 2020 op de rol staan. Reguliere werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld de uitvoering van uiteenlopende verordeningen, hebben we niet in volledigheid benoemd. Maar dat betekent dus niet dat die reguliere taken ondergeschikt zijn geworden.

Indien aan de orde, zijn bij de taakvelden de (wettelijk verplichte) beleidsindicatoren benoemd. Het merendeel van de kengetallen komt van de site ‘waarstaatjegemeente.nl’. Deze gegevens worden geleverd door externe bronnen en zijn wettelijk verplicht om te vermelden. Als gegevens niet bekend zijn, is het ook verplicht om 'N/b' (Niet beschikbaar) te vermelden.

Tot slot is per taakveld de beleidsmatige bijdrage van (een) verbonden partij(en) aan dat betreffende taakveld beschreven.

De paragrafen

De begroting bevat de volgende zeven paragrafen:

  • Weerstandsvermogen en risicobeheersing
  • Lokale heffingen
  • Grondbeleid
  • Bedrijfsvoering
  • Onderhoud kapitaalgoederen
  • Verbonden partijen
  • Financiering

Deze paragrafen zijn alle bij wet voorgeschreven onderdelen van de programmabegroting. In de paragrafen zijn de beleidsmatige aspecten van diverse beheersinstrumenten opgenomen. De beheersinstrumenten vallen onder één of meer programma's.

De financiële begroting

Het onderdeel 'financiële begroting' bestaat uit twee delen:

  • Exploitatiebegroting
  • Investeringen en balansontwikkelingen

De exploitatiebegroting bevat een overzicht van baten en lasten per begrotingsjaar en de overzichten van de incidentele baten en lasten. De overzichten van baten en lasten zijn gespecificeerd per programma, waarbij tevens de onttrekkingen c.q. toevoegingen aan de reserves zijn vermeld. In dit deel is ook de berekening van het structureel en reëel evenwicht opgenomen.

De toelichting op de financiële positie van de gemeente Gennep is opgenomen in het deel Investeringen en balansontwikkelingen.

ga terug